26 januari 2026
Artikel
49m², jaar 10, herfst 2025 | De anodos van het geluid
De fluïde vorm van geluid
Het werk van Anoek Mensink beweegt zich in een fluïde vorm die steeds weer ontsnapt. Geluid is niet stil, maar een vibrerende, onzichtbare verschijning. Tijdens haar residentie op de 49m² in het Zaartpark gaat Anoek een relatie aan met een onbegrensde, begroeide tuin door haar via geluid te lezen. Hiermee plaatst ze de relatie tussen mens en omgeving centraal en creëert ze bewustwording van onze leefomgeving. Ze verruimt onze blik door de toeschouwer stil te laten staan bij de dagelijkse benadering van de omgeving waarin we wonen. De mens probeert al eeuwenlang grip te krijgen op het bestaan en doet dat door middel van verhalen, sprookjes, mythes en kunst.
Foto’s: Stijn Terpstra
Persephones reis
De start van haar residentie valt in de herfst van 2025, samen met Persephone’s terugkeer naar de onderwereld. Persephone wordt door Hades, de god van de onderwereld, ontvoerd omdat hij voor haar schoonheid is gevallen. Demeter, haar moeder, kwijnt weg van verdriet. Haar dochter is haar hart. Ze gaat te rade bij velen en zoekt overal. Ze komt terecht bij Helios, de zonnegod. Vanuit zijn hoge positie aan de hemel heeft hij alles gezien en vertelt hij Demeter dat Persephone is ontvoerd naar de onderwereld. Demeter benadert haar broer Zeus, die vervolgens een overeenkomst sluit met Hades. Persephone mag terugkeren naar huis onder de voorwaarde dat ze nog eenmaal eet met Hades. Ze eet zes granaatappelpitjes. Maar wie eet in de onderwereld kan niet terugkeren naar de wereld erboven. Voor elke pit die ze eet moet Persephone één maand per jaar terugkeren naar de onderwereld. Zo gebeurt het dat ze elk jaar in de lente en zomer bij Demeter is, en in het najaar en de winter terugkeert naar de onderwereld van Hades. Met de terugkeer van Persephone zet ieder jaar de herfst en de winter in. Het is een verklaring voor de seizoenen.
In de nazomer spreek ik met Anoek af in het Zaartpark, daar legt ze me voor het eerst uit wat 49m² is. We staan op een afgebakend stukje grond, midden in het park; een stukje onbeheerste natuur.
Anoek wil op deze plek communiceren met de natuur, haar een stem teruggeven en een relatie met haar aangaan of een verbinding leggen tussen ons en het land. Terwijl we daar staan, prikt ze een priem, gekoppeld aan een recorder in de grond en zoekt naar de betekenis van de plek. Ze luistert op microniveau naar geluiden en concludeert: “Het leven praat tegen zichzelf en ik kan met de microfoons meeluisteren. Ergens tussen toeschouwer en participant in.”
Wellicht vangen we iets op van Persephones reis naar de onderwereld. Wanneer het officieel winter is, denk ik dat ze aangekomen is bij Hades. Verblijft ze enkele dagen in de diepste krochten van de onderwereld? Of keert ze de dag erna terug en brengt ze op tijd de lente?
Anoek, heb jij iets gehoord?
De beweging van geluid
In de anodos[1] van het geluid verlegt Anoek haar aandacht en reist ze met de vibratie mee omhoog, langs bomen. Ze voelt de druppels op haar gezicht en neemt de klank van het water op. Een versmelting met de natuur is tot op heden niet gelukt. Anoek is zowel toeschouwer als participant, maar een diepe verbinding met Persephone heeft ze nog niet gevonden. Daarom blijft ze zoeken, opnemen en door de ruimte bewegen om te begrijpen met wie of wat de natuur wél spreekt. Er ontstaat geen direct gesprek, eerder een filosofische beschouwing — en dat vormt volgens mij juist de essentie van kunst.
Anoek laat zien dat afstand nemen haar in staat stelt dieper in de grond te duiken en daardoor een tactiele verbinding mogelijk is. Ze construeert een vertraging die haar gedachten een andere wending geven en misschien ook die van de beschouwer. Kunst is een gezamenlijke deler waarop gereageerd kan worden zonder taal: een gesprek in de imaginaire wereld.
Grip door kunst
Het is eigenlijk een tragedie dat wij niet in staat zijn onze leefwereld te begrijpen. Daarom biedt kunst kaders: het zet hekjes rond de wilde tuin van het leven wanneer de natuur overslaat naar een dichtbegroeide wildgroei.
Dankzij de kaders die Anoek ons toereikt, zijn we in staat deze plek, 49m², anders te benaderen. Met haar auditieve onderzoek geeft ze de natuur een stem en toont ze daarmee de menselijke drift om het ongrijpbare, grijpbaar te maken. In tegenstelling tot de afstand die groeit tussen mens en natuur gedreven door industrialisering, winst en kapitaal druist Anoek tegen de stroming in. Ze laat zien hoe het verlangen groeit om het tij te keren. Ze draagt bij aan deze veranderende culturele tendens en, zoekt met haar kunst naar antwoorden om de verbinding te herstellen.
Ze begon haar werkperiode met een sculpturaal idee: het plaatsen van een boomstam om een panoptische blik te creëren. Maar ze liet dit los om de verbinding met de natuur te zoeken in de natuur zelf, niet als toeschouwer of buitenstaander. Steeds vaker hoor, lees of zie ik een verzoenende taal ten opzichte van de natuur. Anoek mengt zich in dit discours en laat daarmee een verandering in maatschappelijk en cultureel denken zien. Ze zoekt verbinding, staat midden in de natuur en wil niet afstandelijk kijken naar deze natuur. Ze beseft dat ze onderdeel is van de wereld en maakt geen onderscheid meer tussen mens en omgeving.
Anoek wil geluiden vangen, maar niet die rondzweven in de lucht of die we al kennen. Een normale microfoon neemt vooral deze geluiden op, dus hanteert ze ander materiaal. Priemen en plakkers die werken als een microfoon en verbonden zijn aan een recorder met koptelefoon. Zo neemt ze geluidsgolven op die zich in de grond plaatsvinden. Als ik de koptelefoon opzet, valt me vooral een monotoon, brommend geluid op met af en toe een uitschieter. Een harde klank, ruis of diepere brom doorbreekt het eentonig geluid. Later vertelt ze dat deze uitschieters het materiaal vormt waarmee ze werkt. Door ze te combineren creëert ze lagen die langzaam tot composities uitgroeien.
Ze bedenkt een titel: Fonie. Het woord kent verschillende samenstellingen, wat iets zegt over de verschillende soorten geluiden in de natuur. Anoek zegt: “Fonie betekent klank in het Grieks. Geofonie zijn de natuurlijke geluiden van niet-biologische oorzaken, zoals wind, water en donder. Dat staat tegenover biofonie: de geluiden van levende wezens. Aangezien de verschillende afleveringen samen een combinatie vormen van deze twee vond ik het woord fonie mooi passen. De ontstane nummers vatten het beeld van de herfst samen, met de regen en wind, maar ook met veel verborgen verwondering die normaal aan ons voorbijgaan.” Vervolgens verzint ze vijf titels voor de nummers. Telkens zegt het iets over de inhoud van een nummer: ruwe schors, onder land, lucht tranen, wuivend gras en vlieg mee.
Op het moment dat ik deelneem aan de finissage van de werkperiode van Anoek om samen met anderen te luisteren naar haar EP, kom ik tot rust. Verstilling treedt in en gebiologeerd luisteren we naar haar werk. Het geluid op microniveau is van niemand. Anoek realiseert zich dat ze niets meer hoeft aan te brengen of te veranderen aan 49m². Ze wil de plek anders belichten en dat ontstaat op het moment van luisteren.
Finissage van Anoek Mensink met een luistersessie in de Stadsgalerij, Breda.
[1] De anodos impliceert het rijzen uit de zee of uit de grond van een god.
