9 april 2026
Artikel
49m², jaar 10, winter 2026 | De cirkel van riet door Meneer en Mevrouw Bloem
Op een koude, regenachtige middag loop ik het Zaartpark in op zoek naar de 49m². In de verte zie ik Sam Maske en Jetske Apollonia, ook wel Meneer en Mevrouw Bloem genoemd, rennen en een tak door de lucht vliegen. Vervolgens begint Jetske te rennen, gevolgd door Sam, die haar plagerig achterna zit. Als ik dichterbij kom, stoppen ze en verwelkomen ze me lachend. Wanneer ik me afvraag wat ze aan het doen zijn en of de acties die ik net zag bij het proces passen, lijken ze mijn gedachten te begrijpen en geven ze aan dat ze actief proberen te blijven om het warm te krijgen. Als ik de cirkel zie, gevormd door het riet, loop ik uit nieuwsgierigheid ernaartoe. Eenmaal alle drie bij de cirkel borrelen er allerlei vragen op. Met als gevolg een gesprek over hun onderzoek naar het materiële en nieuwe vormen van samenwerken binnen hun kunstenaarschap.
Het (niet-)menselijke
Afgelopen jaar zijn Sam en Jetske al eerder betrokken geweest bij de 49m² via de tentoonstelling De Vrijstaat – land van 49m². Samen met Sofie Hollander hebben ze toen een podcast geproduceerd over vrijheid en met bewoners rondom het Zaartpark gesproken. Voorafgaand aan de residency hebben ze al over hun werkperiode op de 49m² nagedacht en besloten om hun perspectief van het menselijke naar het niet-menselijke te verplaatsen. Hun plan is dus om te focussen op de aarde, het water en de planten.
Tijdens ons gesprek is de verschuiving al meteen zichtbaar door de cirkel gemaakt van riet. Dit was geen doordacht plan, vertellen Sam en Jetske. In het begin van hun werkperiode viel er sneeuw en vroor het. Bij hun eerste bezoeken aan de plek voelen ze een sterke aantrekkingskracht voor rieten wortels die in het water drijven. Het beeld intrigeert en ondanks de kou weten ze de wortels uit de sloot te halen. Zo start hun fascinatie voor de vormen van riet en het materiaal zelf. Binnen de 49m² stuiten ze op verschillende achtergebleven menselijke handelingen. Ze ontdekken een uitgegraven cirkel die door één van hun voorgangers is achtergelaten. In plaats van het te negeren of te vermijden, kiezen ze ervoor om ermee aan de slag te gaan: ze verplanten het riet in de grond van de cirkel. Ondanks dat het een menselijk achterblijfsel is en het niet strookt met hun niet-menselijke benadering, vertellen ze dat dit hen niet belemmert omdat ze verder kijken dan alleen de zeven bij zeven meter. ‘Dat komt door de eerder gemaakte podcast waarin we ons richten op de mensen in het park. Hiervoor spraken we met mensen uit het gehele park en beperkten we ons niet alleen tot de 49m².’
Als het kouder begint te worden, gaan we wandelen door het park om warm te blijven. Terwijl we lopen, blijven we plots stilstaan bij een regenworm die zich over het pad beweegt. We observeren hoe hij zich een weg baant over het natte asfalt door zijn lichaam samen te trekken en weer uit te strekken. Het is een eenvoudig tafereel, maar daarin lijkt hun aandacht voor de natuur weer naar voren te springen. Wanneer we verder lopen, vertellen Sam en Jetske dat ze het opvallend vinden dat voorbijgangers nauwelijks aandacht besteden aan hun activiteiten op de 49m². ‘We hebben al vier keer in het park gewerkt, maar niemand die erop reageerde.’ Dat werd bevestigd tijdens een performance om de taal en beweging van het riet te onderzoeken, want fietsers en wandelaars bleven hen negeren of durfden niet te kijken, vertelt Jetske.
Cirkel van riet
Binnen hun werkperiode speelt de cirkel een belangrijke rol. Het is een organische vorm en wordt vaak niet door de mens vervaardigd. Het vierkant, de 49m², is echter wel vervaardigd door mensen. Desondanks associeer ik de cirkel in eerste instantie met een graancirkel, die juist wel door mensen gemaakt is. Jetske antwoordt hierop dat het een soort buitenaards effect heeft en mogelijk dat er nog iets in het midden moet plaatsvinden. Tijdens haar uitleg blijkt dat de cirkel niet volledig rond is doordat er een stukje grond in de ronding geen riet is geplant. Het fungeert als een soort ingang. Toch is dit niet met voorbedachten rade gedaan, maar wel bewust. Gedurende het proces valt het hen op dat er een fijne ruimte ontstaat die ontoegankelijk is wanneer de cirkel gesloten zou zijn. Sam en Jetske ervaren dit als een prettig gevoel om op die manier de cirkel binnen te stappen; het geeft een veilig gevoel. Volgens Sam zou een aaneengesloten cirkel niet goed zichtbaar zijn en in de achtergrond opgaan.
Het riet wordt uiteindelijk ook onderwerp van studie. Beiden geven de voorkeur aan het onderzoeken van één onderwerp, in dit geval het riet. Zo proberen ze te achterhalen welk specifiek soort het is en hoe het zich verhoudt tot de omgeving. Wanneer ik opnieuw met Sam en Jetske spreek, blijkt dat het riet niet zomaar groeit waar het groeit, maar bewust is aangeplant vanwege de natte ondergrond van het park. Wat eerst als ‘natuurlijk’ lijkt, blijkt een onderdeel te zijn van een ontworpen landschap of park.
Sam vertelt dat ze de vierkante vorm van de 49m² willen afzetten met riet. ‘Maar als we het vierkant willen afzetten, dan beïnvloedt de boom van een voorgaande kunstenaar het beeld wel sterk. Het riet is korter dan de boom en daardoor steekt de boom verder uit dan het vierkant en de cirkel.’ Waar de cirkel zich verticaal manifesteert door de rechtopstaande rieten stengels, ontstaat het idee om het vierkant horizontaal te benaderen: het weven van riet. Aangezien dit idee richting het einde van hun werkperiode ontstaat, berekenen ze hoeveel tijd het kost om één vierkante meter te vullen. Ieder van hen neemt één hoek en blijkt daarmee twintig minuten bezig te zijn. Omgerekend zou het weven van de volledige 49m² ongeveer zestien uur duren. Deze tijdsinvestering blijkt dan niet haalbaar te zijn binnen de resterende tijd van hun werkperiode.
Deze berekening verandert hun houding. Waar ze zich eerst afwachtend opstellen en op de natuur richten, besluiten ze nu om toch andere mensen erbij te betrekken. Er worden speelse posters ontworpen en verspreid, daarnaast worden scholen en een naschoolse opvang benaderd om op die manier vooral kinderen te bereiken. Kinderen vertegenwoordigen volgens hen de speelsheid die ook hun eigen werkwijze kenmerkt. Uiteindelijk slagen ze erin een datum te prikken met de naschoolse opvang, maar het weer gooit roet in het eten. De geplande datum valt letterlijk in het water en alternatieve data blijken niet haalbaar. Zodra dit duidelijk is, plaatsen ze zelf een bord met daarop een uitnodiging voor een gesprek. Slechts één persoon reageert, waaruit een gesprek voortvloeit over thema’s als politiek en sociale relaties.
Samenwerken
De naam Meneer en Mevrouw Bloem is oorspronkelijk ontstaan met de naam Meneer en Mevrouw de Vries. Een verwijzing naar Pluk van de Petteflet, dat de dynamiek en identiteit van het duo weerspiegelt: speelsheid en openheid. De huidige naam Bloem voelt lichter, minder verhalend en tegelijkertijd meer verbonden met hun manier van werken waarin natuur en toeval een steeds grotere rol spelen, vertellen Sam en Jetske.
Tijdens de werkperiode op 49m² hebben ze ook hun eigen samenwerking onderzocht en zijn onderlinge verschillen duidelijker geworden. Sam vindt het eenvoudiger om naar buiten te treden, neemt het woord en zoekt contact. Jetske observeert meer en is voorzichtiger binnen sociale situaties. Die dynamiek lijkt geen tegenstrijdigheid, maar eerder een balans die hun werk ondersteunt. Het wordt eveneens duidelijk wanneer ze mensen benaderen om het vierkant binnen de 49m² te weven. Sam neemt contact op en plant een datum met de naschoolse opvang, terwijl Jetske het materiaal verzamelt.
Naast deze residency is er ook een ander project gestart: de moestuin aan de voorkant van de StadsGalerij Breda. De ideeën over dit project zijn nog niet helder, maar Sam en Jetske geven aan dat het mogelijk is dat ze het riet als component hieraan toevoegen. Hierdoor kunnen ze voorbijgangers aanspreken, omdat er in het Zaartpark weinig ruimte voor was.
Als ik terugdenk aan mijn eerste ontmoeting met Meneer en Mevrouw Bloem, het spel, de strijd om warm te blijven en de afwezigheid van het publiek, lijkt hun werk zich te bewegen tussen tegenstellingen: natuur en mens, zichtbaarheid en onzichtbaarheid, horizontaal en verticaal, spel en structuur, organisch en gemeten. De 49m² is voor hen geen grens, maar eerder een startpunt, een locatie waaruit gedachten, experimenten en bewegingen voortkomen.
