Benjamin Schoones heeft in 2025 zijn master afgerond aan het Piet Zwart Instituut te Rotterdam en is in 2022 afgestudeerd aan St. Joost School of Art & Design te Breda als autonoom beeldend kunstenaar. Benjamin woont in Breda, werkt in Tilburg en neemt deel aan de vijfde editie van Inversie die start in september 2025 en duurt tot en met juni 2026.
Hoe zou je je praktijk willen omschrijven en welk thema komt terug in je werk?
Mijn praktijk verhoudt zich tot verschillende dingen. Ik maak daarbij gebruik van gevonden voorwerpen, objecten uit de bouwmarkt of het dagelijks leven. Ik produceer ze ook zelf, bijvoorbeeld met siliconenrubber, maar ik werk ook met geluiden en tekst voor een bepaalde verhaallijn.
Het is een materiele praktijk, waarmee ik kan reflecteren op koude objecten die refereren naar industriële productie. Meestal bevinden die op een verre afstand van de mens, en als ze dan dicht bij het lichaam komen ontstaat er spanning. Het materialisme refereert naar de infrastructuur van het consumentisme dat uiteindelijk wordt gestimuleerd door verschillende lagen in het imperialisme: een constante economie die maar moet blijven groeien. Er zit een crash in het systeem van het constante vernieuwen en het oneindig produceren, dat kan eigenlijk niet, en dat koppel ik aan een lichamelijk thema zoals burn-out. Toen ik dat onderzocht werd ik ervan bewust hoe groot die impact is, dat kun je nauwelijks bevatten waardoor er desoriëntatie ontstaat. Die desoriëntatie is mijn drijfveer om mijn werk ongrijpbaar te maken. Het glimt, het is actief, soms onder spanning en tegelijkertijd is het passief of vermoeid. Bijvoorbeeld iets wat in een constructie hangt zoals een vel siliconen dat een vervreemde en soms zelfs onaangenaam gevoel afgeeft, terwijl dat niet altijd ergens naar is te herleiden.
Foto Marcel de Buck
Was er een speciaal moment dat je besloot om kunstenaar te worden?
Eigenlijk niet. Ik ging naar St. Joost met de intentie om animatie en illustratie te studeren nadat ik klaar was met mijn opleiding mediavormgeving bij St. Lucas. Het eerste half jaar op de academie ervaarde ik gelijk al heel veel vrijheid. Die kreeg ik niet bij het MBO, dat onderwijs is heel rigide; hoe je moet reageren op de klant en de productieprocessen. Het is een heel vast stramien. Op St. Joost voelde ik ook de vrijheid om voor beeldende kunst te kiezen, maar ik heb toch nog het andere halfjaar volgemaakt omdat ik ondanks alles toch wilde vasthouden aan mijn eerste keuze. Op het laatste moment heb ik besloten om over te stappen naar beeldende kunst want die methodiek is heel anders. Tot op de dag van vandaag ben ik nog steeds blij met mijn keuze. Creativiteit zat er wel altijd al in met tekenen en dingen maken. Het waren andere dingen die ik nooit goed kon op de middelbare school en nu zat ik ineens in een onderwijssysteem dat voor mij wel werkte.
Wat zijn je verwachtingen bij Inversie?
We zijn al even bezig, maar eigenlijk is het ook maar net begonnen. Ik leer de groep steeds beter kennen en dat is prettig. De eerste werkperiode is nu bij Kunstpodium T en daarbij werken we samen en leren we elkaar kennen, maar het is wel op een voorzichtige en respectvolle manier. Dat is wel waar ik naar zocht; mensen die met je sparren. Het is ook een sprekend onderdeel van Inversie om het werkveld te bezoeken en dat is erg leerzaam. Het zijn plekken die ik wel ken, maar niet op die manier, of ik ben er nog niet aan toe gekomen om ze te bezoeken. Nu heb ik een stok achter de deur en ik leer de gezichten van de organisatie kennen, en dat is fijn. Verder ben ik vooral de verdieping ingegaan met mijn mentor en met de mensen van Inversie. Ook de Art Dialogue Sessions zijn heel leerzaam in het kijken en reageren op elkaars werk. Het voelt nog heel vers allemaal, maar voor mij al heel waardevol.
Foto Marcel de Buck
Foto Marcel de Buck
Wat is er in jouw praktijk, of in het kunstenaarsvak van belang waar je helemaal geen zin in hebt?
Moeilijk om dat specifiek te zeggen, het is niet per se dat ik ergens helemaal geen zin in heb, misschien netwerken, of eigenlijk het continu aanwezig zijn. Het is soms lastig constant te voldoen aan ieders verwachting. Principieel geloof ik dat als je werk goed is, dat je meer op je eigen voorwaarden zou mogen doen. Mijn valkuil tijdens het maken is dat ik soms de controle verlies en mijn omgeving daardoor slordig raakt, dan wordt ik uit het proces gehaald om op te ruimen. Maar zelfs in het opruimen kan ik weer tot nieuwe inzichten komen, dus het is niet altijd negatief.
Wat doe je het liefste, als je mag kiezen en nergens rekening mee hoeft te houden. Waar kunnen we je dan aantreffen?
Het meest gelukkig ben ik als ik in mijn studio kan zijn en ik kan maken. Presenteren is voor mij ook belangrijk want dan kan ik evalueren. Ook Clublokaal in Breda, waar ik bij betrokken ben, is heel leuk om voor te werken. Ik haal een grote meerwaarde uit deze community en de samenkomsten. Het liefst zou ik dat allemaal fulltime doen: op een collectieve manier werken en daarmee plezier hebben.
Foto Marcel de Buck
Foto Marcel de Buck
Dit jaar had je een solotentoonstelling in Zwolle bij Kunstplatform Link. Kun je daar iets meer over vertellen?
Dat was erg waardevol en fijn, en ook leuk dat het drie maanden duurde. De belangstelling van Link kwam al tijdens het afronden van mijn masterstudie. Vervolgens kwam de vraag om te exposeren, direct na het afstuderen. Dat maakte, omdat mijn werk daar stond, ook dat ik tijd had voor andere dingen zoals verhuizen naar een andere studio. Door mijn werk na de eindpresentatie direct naar een andere plek brengen, het daar te bevragen en andere formaties te maken, bood me dat een reflectiemoment wat me geholpen heeft. En ik heb daar de volledige vrijheid gekregen om in te richten, mijn eigen keuzes te maken en gedurende de expositie ook dingen te veranderen. Dat heb ik ook telkens gedaan als ik daar was en zo voelde het als een presentatieruimte én een studio. Daardoor kwam ik niet vast te zitten na mijn eindexamen en kon zo langzaam voortbewegen.
Waar ben je op dit moment mee bezig?
Ik ben bezig met een aanvraag voor kunstenaar start bij Mondriaanfonds. Ik werk ook aan een expositie voor 38/40 in Amsterdam en ik ben uitgenodigd voor een duo expositie met Jeroen Schrijver in Kunsthal Kloof in Utrecht voor volgend jaar januari.
Foto Marcel de Buck
Foto Marcel de Buck
Wat zijn je plannen voor de verre toekomst, of die over een jaar?
Ik heb veel belangstelling voor het constant bezig zijn met ontwikkeling, dat is natuurlijk een van de redenen waarom ik aan Inversie mee wilde doen. Ook zou ik een internationale residency willen doen en me ooit willen aanmelden bij de Rijksakademie of bij Jan van Eyck. Ik merk dat dat soort plaatsen best waardevol voor mijn ontwikkeling kunnen zijn, maar dat soort toekomstplannen staan niet vast. Ik wil het ook spontaan houden. Ideeën voor nieuw werk zijn er genoeg, zoals voor werken met geluid, maar ook met film wat iets is dat ik nog niet eerder heb gedaan. Ik wil meer gaan combineren met het lichaam dus meer performance kunst, en daar ben ik al mee begonnen tijdens de werkperiode. Dat voelt als iets dat binnen het medium film valt en de non-lineaire manier van vertellen die ik ambieer. Voor een residency denk ik aan grote steden met industrie maar ook met een levendig straatleven, of steden die daarvan afhankelijk zijn zoals bijvoorbeeld in Azië of Duitsland. Ik vind die landschappen interessant en wil naar plaatsen gaan waar ik dat kan observeren. In Nederland heb ik dat wel gezien, ik wil nu naar andere plekken om niet in herhaling te vallen, en die plekken moet je zelf opzoeken.
Mentor Susanna Inglada over Benjamin
Een van de eerste overeenkomsten met Benjamin die ik ontdekte is onze manier van denken over ruimte en de plaatsing van het werk daarin; alsof elk onderdeel een levend personage is. In mijn praktijk onderzoek ik de eenvoud van het tekenen op papier en dat resulteert in monumentale, ruimtelijke tekeningen en sculpturen. Benjamin daarentegen transformeert kant-en-klare materialen tot objecten die op subtiele wijze de toeschouwer desoriënteren, waardoor een gevoel van vervreemding ontstaat en een nieuwe manier om naar de werkelijkheid te kijken. Hij beschrijft deze vervreemding als ‘de afstand wordt een brug’ die uitnodigt tot een nieuwe vorm van verbinding. Ik ben dan ook onder de indruk van de manier waarop hij woorden in zijn werk integreert, hoe hij taal verweeft met vorm, en ik ben nieuwsgierig naar zijn nieuwe plannen met geluid, performance en bewegend beeld. Zijn werk is rijk aan taal en vol mogelijkheden die ik graag verder zie ontvouwen.
