Een mauvekleurige buis waaruit gele pvc-slangen kronkelen, rustend op drie stenen voetstukken, markeert de ingang van de tentoonstelling IJZER GEDIERT in de StadsGalerij Breda. Bovenop balanceert een witte asbak met een net gedoofde sigaret. De tentoonstelling is het resultaat van BIJ/NA, een jaarlijks residentieprogramma van St. Joost School of Art & Design, het Stedelijk Museum Breda en de Van GoghGalerie. Voor deze editie zijn drie recent afgestudeerde kunstenaars, Heba Bardan, Charly van der Eerden en Sam de Lange, en drie ervaren kunstenaars, Jitske Perdijk, Niek Opstals en Miekie Capello, geselecteerd. Gedurende vier weken maakten zij samen nieuw werk, met verder een open invulling van de werkperiode. Geleidelijk ontstond een zekere samenhang tussen de werken.
De twee duidelijk contrasterende fases van de residentie lieten elk hun sporen na. Eerst verbleven de residenten in een monumentale boerderij bij het Vincent VanGoghhuis in de bosrijke omgeving van Zundert. Voor sommigen voelde deze periode bijna als vakantie. Die beslotenheid maakte in Breda plaats voor een totaal andere dynamiek. In de StadsGalerij, midden in een lopende verbouwing, drong de buitenwereld zich nadrukkelijk op. Lawaai, bouwstof en tijdsdruk zorgden voor een omslag. “Hier voelde het opeens serieuzer,” vertelt Heba tijdens mijn bezoek. “We moesten keuzes maken, een plan hebben.” Juist die nieuwe omstandigheden bleken productief. Materialen van de werklieden vonden hun weg de tentoonstelling in. Voor Sam was de container met restmateriaal een goudmijn.
De invloed van beide residentieplekken is op verschillende manieren terug te zien in de tentoonstelling. De landelijke omgeving resoneert vooral in verhalen, vormen en het gebruik van natuurlijke materialen, terwijl de stedelijke omgeving zich fysiek manifesteert in industriële, synthetische materialen. Die tweedeling vertaalt zich in een terugkerende spanning tussen natuurlijk en onnatuurlijk, een tegenstelling die de tentoonstelling als geheel lijkt te structureren.
Foto Meike Driessen
Foto Meike Driessen
De titel IJZER GEDIERT verwijst naar een verhaal dat de kunstenaars in Zundert te horen kregen van een lokale wandelgids. Volgens een oude legende zou er ergens halverwege de twintigste eeuw, toen de fabrieken daar opkwamen, een vreemd angstaanjagend wezen van oud ijzer door de bossen hebben gedwaald: een mythisch ‘ijzer gediert’. Niek heeft geprobeerd het vast te leggen door een nachtcamera in het bos achter te laten – zonder resultaat. Hoewel dit wezen niet is te zien in de tentoonstelling, duiken er wel opvallend veel dierlijke gedaanten op. Zo staan er twee organische vormen op poten van Sam, de een figuratief en de ander eigenzinniger, abstract, maar ook die tweede doet aan als een wezen. Op een houten paneel van Niek verschijnt een dierlijk figuur en op de kleine keramische werken van Jitske aan de wanden tengere windhonden en duivelse figuren. En dan is er ook de zwarte windhond in het raamkozijn van Miekie, een vorm gebaseerd op een windvanger in Zundert. Proberen zij het ‘ijzer gediert’ in beeld te vangen?
Hoe verschillend de kunstenaars zich tot de natuur verhouden, wordt duidelijk in het werk van Charly en Heba, die allebei materialen uit de natuur verzamelen. Charly gaat zo zorgvuldig om met de natuur dat hen geen takken van bomen afbreekt, maar alleen verzamelt wat al los op de grond ligt. Aan de wand hangen takken die, door Charly geselecteerd, de vorm van geweien suggereren. Op een houten constructie, in Charly’s woorden een ‘community wens altaar’, liggen paardenbloemen uit een weiland nabij Zundert – de piek van de bloei van deze bloem viel samen met de residentieperiode. Hen plukte die met toestemming van de boswachter. Bezoekers worden uitgenodigd om een paardenbloem te pakken, de zaadpluisjes weg te blazen en een wens te doen. En dat doe ik. Later die dag merk ik de vele paardenbloemen in de bermen op waar ik diezelfde ochtend achteloos aan voorbij liep. Dat vind ik een van de mooie dingen aan kunst: het laat je anders kijken. En het doet me denken aan de wens die ik deed, toen de pluisjes van de paardenbloem op de grond van de expositieruimte dwarrelden.
Foto Meike Driessen
Foto Meike Driessen
Waar Charly de natuur benadert vanuit terughoudendheid, gaat Heba’s werk over hoe de mens de natuur naar zijn hand zet en vervormt. Tijdens de residentie experimenteerde ze onder andere met planten die ze in weckpotten verstikte, waardoor ze beschimmelden. Haar abstracte foto’s die hieruit voortkwamen tonen een gecontroleerde, geforceerde omgeving. Die combineert ze met zilver bespoten takken en bladeren. Die spanning tussen zorg voor en manipulatie van de natuur wordt ook zichtbaar in de scenografie van de tentoonstelling. Het strookgordijn van plastic flappen bij de entree is daarvan een duidelijk voorbeeld. De een associeert ze met een slachthuis, de ander met een vlindertuin. Precies in dat spanningsveld bevindt de tentoonstelling zich. In Sams woorden gaat het om “de schoonheid van de natuur of juist de beangstiging door, of vernieling van, de natuur.”
Centraal in de ruimte staat een fontein, opgebouwd uit een verzameling van materialen waaronder purschuim, tegellijm, waterdichte hars en pvc-buizen, ontstaan uit een samenwerking tussen Miekie, Sam en Niek. Het geluid van stromend water is aanwezig, maar niet storend. Het werk fungeert als een rustpunt waar de rest van de tentoonstelling omheen georganiseerd is, een krachtige ingreep in de ruimte. Hoewel de fontein een natuurlijk klinkend geluid van stromend water produceert, is hij volledig geconstrueerd uit pvc, hars en gaas. Ook dit werk belichaamt de eerder genoemde centrale tegenstelling.
Foto Meike Driessen
Foto Meike Driessen
De tentoonstelling is door de kunstenaars op een speelse manier ingericht. Werken verschijnen op onverwachte plekken: boven een deuropening, aan de houten plafondbalk, tegen het raamkozijn, achter een opening in de muur. Hierdoor ontstaat een ruimte waarin je kunt dwalen, rondom de fontein. Ook opvallend is de afwezigheid van zaalteksten. In plaats daarvan is er dit begeleidende, licht cryptische, gedicht geschreven door Miekie:
Door de bomen zien we een stad
een stad van dier waar je als mens op bezoek mag
Wij het vergeten dier,
met een vergrootglas in de hand,
hoort een taal die je herkent maar niet begrijpen kan
Zij die in de fontein zoekt naar schatten op de bodem
moet eerst door hun eigen weerspiegeling heen
Tussen alle chaos vind je vanzelf de harmonie
Zij die zich bevinden tussen slachthuis en vlindertuin
Vervreemding en harmonie waarover in het gedicht wordt gesproken, lopen als motieven door de werken heen. Het natuurlijke en niet-natuurlijke worden gebalanceerd, niet alleen visueel, maar ook auditief. Naast het geluid van de fontein, zijn er de roze keramische bloemen van Miekie die bezoekers uitnodigen om te luisteren. Wanneer je gehurkt zit en ze tegen je oor houdt, klinken er opnames van natuurgeluiden en een jamsessie uit Zundert. Iedere bloem met een eigen geluid. Ook synthesizers maken deel uit van de tentoonstelling, niet als op zichzelf staande werken, maar als ondersteuning op de achtergrond, incidenteel te horen tijdens de tentoonstelling. Zo duiken er opnames op van hun gesprekken en muzikale improvisaties die een indruk geven van de gezamenlijke werkperiode.
Foto Meike Driessen
Foto Meike Driessen
BIJ/NA vertrekt vanuit het idee van een ‘community of practice’, dat wil zeggen samenwerken in een niet-hiërarchische structuur. In de praktijk bleek een dergelijke samenwerking nog niet zo gemakkelijk. Niet iedereen was even gericht op samenwerken. Verschillende verwachtingen en werktempo’s botsten soms. Sommigen wilden de plek van hun werken in de expositieruimte vroeg vastleggen, anderen wilden dat juist zo lang mogelijk open houden. Dat vroeg veel afstemming. “Er moet toch iemand de leiding nemen,” zegt Sam. “Die rollen ontstaan vanzelf, we zijn dat zo gewend. Om samen te beslissen, als je het non-hiërarchische wil aanhouden, moet je overal lang over praten terwijl je vooral met je werk bezig wil zijn.” Het was een intensief traject, waarbij bijbanen en andere verplichtingen ook doorliepen. Dat is toch anders dan het romantische beeld dat ik bij een residentie had. En des te meer bewondering kreeg ik voor wat de kunstenaars in dit korte tijdbestek hebben neergezet. Wat in IJZER GEDIERT uiteindelijk te zien is, is een momentopname van een gedeeld proces. Voor Heba ligt daarin juist de waarde: “Ik voelde op een gegeven moment dat ik een relatie had met alle werken, niet alleen met mijn eigen. Dat vond ik echt bijzonder.”
Utrecht 12 mei
Eva Michiels is kunsthistoricus, hoofdredacteur van Bulletin Kunsthistorici en werkzaam bij Parnassos Cultuurcentrum.
